Persoonlijk schoolkeuzeadvies

 Voor 99 euro geef ik je een persoonlijk schoolkeuzeadvies, dat bestaat uit de volgende diensten en produkten:

  • Kennismakingsgesprek thuis of telefonisch (Skype ook mogelijk) waarin we bespreken welke wensen en vragen je als ouder hebt bij de schoolkeuze
  • Analyse van websites, schoolgidsen en inspectierapporten van basisscholen die je op het oog hebt
  • Ontwikkelen van persoonlijke vragenlijsten met vragen die je kunt stellen tijdens een kennismakingsgesprek met scholen
  • Ontwikkelen van persoonlijke checklist die je kunt gebruiken om scholen te beoordelen tijdens een bezoek
  • Een rapport waarin de uitkomsten van de analyses (van website, schoolgids en inspectierapporten) en de schoolbezoeken worden opgenomen, en worden afgezet tegen jouw wensen als ouder en de individuele behoeften van jouw kind. Op basis hiervan wordt een eindadvies geformuleerd.
Bovenstaand aanbod gaat uit van de vergelijking van maximaal 2 potentieel geschikte basisscholen. Voor 150 euro kunnen 3 scholen worden vergeleken, en voor 200 euro 4 scholen. Basisonderwijs.nu vraagt tevens een vergoeding voor eventuele reiskosten (boven de 5 euro) die moeten worden gemaakt (bijvoorbeeld voor het kennismakingsgesprek). Prijs is exclusief 21% BTW.

Wat vinden ouders belangrijk bij het kiezen van een basisschool?

Judith Evertse van www.basisonderwijs.nu heeft samen met Scholenkeuze.nl een onderzoek uitgevoerd onder 508 ouders om erachter te komen welke vragen en problemen ouders tegenkomen bij het kiezen van een basisschool.

Uit dit onderzoek blijkt dat er 3 belangrijke criteria zijn die ouders hanteren bij het kiezen van een basisschool:

  • Basisscholen zijn er voor het aanleren van kennis (1) en sociale vaardigheden (2)

Ouders zijn helder over wat zij als de belangrijkste functies van een basisschoolopleiding zien: basisscholen moeten hun leerlingen kennis en vaardigheden aanleren die zij nodig hebben in de maatschappij en als basis voor een vervolgopleiding, en zij zouden de sociale ontwikkeling van hun kinderen moeten stimuleren. Ouders letten dus vooral op de onderwijskwaliteit/leeropbrengsten (19%), de veiligheid (12%) en de sfeer op een school (10%). Deze criteria an sich zijn niet verrassend. Wat wel opvalt is dat ze, met uitzondering van het criterium van ‘afstand’, behoorlijk abstract van aard zijn. Zo kunnen ‘onderwijskwaliteit’, ‘veiligheid op school’, en ‘een goede sfeer op school’ op verschillende manieren worden gedefinieerd. Om een bewuste keuze te kunnen maken zullen ouders dus bij zichzelf te rade moeten gaan hoe zij deze 3 termen invullen.

  • Voorkeur voor school dichtbij huis (3)

De afstand van huis tot school (14%) blijkt een zwaarwegende factor bij de keuze te zijn, uiteraard vooral vanwege praktische redenen (het kind kan dan zelf naar school lopen, vriendjes/vriendinnetjes uit de buurt gaan naar dezelfde school).

Een basisschool kiezen is lastig

Een aanzienlijke groep ouders (33%) vindt het kiezen van een geschikte basisschool een lastige opgave: de ouders binnen deze groep geven aan dat zij nog te weinig zicht hebben op de talenten en het karakter van hun (meestal nog zeer jonge) kinderen om te kunnen bepalen welk type school bij hen past. De zwaarte van de beslissing is een andere factor die het keuzeproces moeilijk maakt (‘je wilt je kind toch een goede basis geven voor de rest van zijn/haar leven’). Het gebrek aan objectieve informatie over een basisschool is een laatste grote valkuil bij het bepalen van de geschiktheid van een school (‘Tijdens open dagen, en op de websites schetsen directeuren en leerkrachten een mooi verhaal met een goede visie, maar hoe gaat er nu echt in de praktijk aan toe op een school?’).

Ouders zijn bang voor de negatieve gevolgen van een slechte schoolkeuze

70% van alle ouders is daarnaast bang dat een verkeerde schoolkeuze voor hun kind weleens negatieve gevolgen zou kunnen hebben. De grootste angst van ouders is dat kinderen op school een leerachterstand zullen oplopen (17%), of dat zij weinig geluk ervaren tijdens hun basisschoolperiode (15%). Een ander angstbeeld is dat de sociale ontwikkeling van hun kinderen niet goed verloopt (‘kind valt sociaal buiten de boot’) (15%).

 

De 6 punten die Steve Jobs Scholen uniek maken

Vorig jaar hebben de eerste 11 Steve Jobs Scholen van Nederland hun deuren geopend, in onder andere Breda, Sneek, Maastricht, en Amsterdam. In de volksmond (maar ook in de media) worden deze scholen vaak ‘iPad-scholen’ genoemd. Rond de opening van deze scholen is een grote discussie ontstaan: critici betwijfelen of je in het onderwijs wel zo’n prominente rol moet geven aan moderne technologie (in de vorm van een iPad). Ze geven daarbij aan dat er nog te weinig onderzoek is gedaan naar de effecten hiervan op de ontwikkeling van de leerlingen. De iPad is echter slechts een onderdeel van een veel groter onderwijsmodel-en filosofie (ontwikkeld door de stichting O4nt) dat door alle Steve Jobs Scholen is ingevoerd. Naast digitale methodes is er nog altijd ruimte voor traditionele methodes om kinderen vaardigheden aan te leren: zo wordt op Master SteveJobsschool in Sneek nog gewoon gewerkt met het aloude Veilig Leren Lezen om kinderen te leren lezen.

Wat maakt Steve Jobs Scholen uniek? – 6 punten

Er zijn een aantal zaken die de Steve Jobs Scholen uniek maakt ten opzichte van de reguliere Nederlandse basisscholen:

1. Grote stamgroepen

Reguliere scholen hanteren meestal een jaarklassysteem, waarin leerlingen van dezelfde leeftijd bij elkaar worden gezet in 1 groep. Het jaarklassysteem bestaat niet op de Steve Jobs Scholen: er worden groepen (stamgroepen/units) gevormd van leerlingen van verschillende leeftijden. Dit is op zich geen nieuw concept: jenaplan-en montessorischolen werken ook met dergelijke stamgroepen, maar de omvang ervan is op de Steve Jobs Scholen veel groter (50 kinderen).

2. Inrichting schoolgebouw

Ook het traditionele vaste schoollokaal vindt u niet terug op een Steve Jobs School. Leerlingen werken in ateliers aan specifieke vaardigheden, en er wordt daarbij regelmatig gewisseld tussen ateliers. Er is een atelier voor rekenonderwijs, en een atelier speciaal voor taalonderwijs. Daarnaast is er de mogelijkheid voor de leerlingen om op individuele leerplekken in een rustige leeromgeving te werken.

3. Individuele begeleiding door coach

De Steve Jobs Scholen streven zoveel mogelijk naar flexibel onderwijs, dat rond de leerbehoeften van individuele kinderen is opgezet. Tot zover niets nieuws onder de zon: er zijn vele onderwijsvernieuwingsscholen die zeggen hetzelfde doel te hebben. Toch is het onderwijs meestal zo georganiseerd dat het in de praktijk lastig is om de lessen af te stemmen op de specifieke interesses en het leertempo van iedere leerling afzonderlijk. Op de Steve Jobs Scholen maken leerlingen elke 6 weken hun eigen onderwijsplanning in overleg met hun ouders en de leerkracht. Elk kind heeft daarnaast een eigen coach die de verrichtingen van het kind op de voet volgt.

4. Flexibele onderwijstijden

Op de Steve Jobs School zijn leerlingen verplicht in acht schooljaren 7520 uren onderwijstijd te volgen, ongeveer 940 uur per schooljaar en 20,4 uur per week. De ouders, de leerling en de school bepalen in overleg wanneer deze onderwijstijd wordt ingepland. Maar een leerling hoeft daarvoor niet persé vijf dagen per week aanwezig te zijn: de wekelijkse onderwijstijd mag ook verdeeld worden over vier dagen.

5. Een fysieke en virtuele school

Een Steve Jobs School bestaat uit een fysieke school, die leerlingen 50 weken per jaar kunnen bezoeken tussen 7.30 tot 18.30 uur. Maar de school kent daarnaast ook een virtuele leeromgeving, waar leerlingen 24/7 onderwijs kunnen volgen door educatieve apps te gebruiken, en/of te communiceren met hun leerkracht of deskundigen buiten de school. 10% van de verplichte onderwijstijd mag bestaan uit activiteiten die binnen die virtuele school zijn uitgevoerd. De digitale verrichtingen van de leerlingen worden gemonitord, vastgelegd en vergeleken met de prestaties van andere leerlingen met behulp van webbased leerlingvolgsysteem ParnasSys.

6. Verruimde ‘openingstijden’

Steve Jobs Scholen willen beter afstemmen op het leef-en werkritme van de ouders van de leerlingen. Zo is de fysieke school ook in de zomervakanties en de meeste andere schoolvakanties gewoon open.

Meer lezen:

Het O4NT-onderwijsmodel

De Steve Jobsschool in Breda

Kritische kanttekeningen bij het O4NT-onderwijs en de discussies die daarom heen worden gevoerd, o.a. op de website van Sociale Vraagstukken en de onderwijskundige analyse van Casper Hulshof van de Universiteit Utrecht.

Basisscholen en antipestmethodes: de stand van zaken

Welke antipestmethodes zijn bewezen effectief (volgens de overheid)?

Er zijn zeer veel verschillende antipestmethodes beschikbaar die door Nederlandse basisscholen kunnen worden ingezet. De meest toegepaste methodes zijn door een commissie van het Nederlands Jeugd Instituut geanalyseerd op hun effectiviteit, in opdracht van het ministerie van OCW. Criteria die zijn gehanteerd om de methoden met elkaar te vergelijken zijn ondere andere: In hoeverre zijn de methodes gebaseerd op wetenschappelijke theorieën die op de juiste wijze zijn getoetst? In hoeverre zijn de methoden zelf getest in de onderwijspraktijk? Is beschreven wie de methode moet uitvoeren, en op welke wijze dat het beste kan worden gedaan? Op basis van de analyse concludeert het NJI dat er nu nog geen enkele antipestmethode is die aan alle criteria voldoet. Er zijn wel 9 methodes die voorlopig zijn goedgekeurd: deze methodes voldoen aan een groot aantal voorwaarden, maar zullen nog verder empirisch en/of wetenschappelijk moeten worden onderbouwd om voor volledige goedkeuring in aanmerking te komen. Het gaat hier om methodes als KiVa, Alles Kidzz, Kanjertraining, Plezier op School, PRIMA, Programma Alternatieve Denkstrategieën, Sta Sterk, Taakspel, en Vreedzame School. Er zijn maar liefst 48 pestprogramma’s die door de commissie zijn afgewezen, omdat zij aan te weinig criteria voldoen, zie het rapport.

Kritiek op het onderzoek naar het effect van antipestprogramma’s

Deskundigen zijn het er echter niet over eens of het onderzoek van het NJI geheel onafhankelijk is, aangezien enkele van de deskundigen uit de onderzoekscommissie volgens hen (te) nauw betrokken zijn bij onderzoek naar een specifieke methode. Met name vanuit de hoek van het christelijke onderwijs is er stevige kritiek op het NJI-rapport, vooral als het gaat om de positieve beoordeling die de KiVa, Kanjertraining en PRIMA methodes krijgen toebedeeld. Volgens hen volgen deze niet vanzelfsprekend uit de uitkomsten van het onderzoek, maar zijn zij een voorbeeld van de slager die zijn eigen vlees keurt: een methode als KiVA is bijvoorbeeld alleen in Finland uitvoerig getest en heeft ‘slechts’ geleid tot een afname in het pesten van 30-40%. De PRIMA-methode is wel op Nederlandse scholen getoetst en zorgde ervoor dat het pesten met 60% verminderde, maar binnen een school die een Staatssecretaris Dekker zal in 2015 met zijn plan van aanpak tegen pesten scholen gaan verplichten te kiezen voor één van de methodes die door het NJI als bewezen effectief zijn aangemerkt. Critici geven aan dat een beproefde antipestmethode alleen echter nooit de oplossing voor het pesten kan zijn: betrokkenheid van ouders en leerkrachten is daarvoor noodzakelijk. Het is daarom als ouder aan te raden niet alleen bij een basisschool te informeren welke antipestmethode wordt gebruikt, maar ook onderzoek te doen naar hoe die methode wordt uitgevoerd en in hoeverre leerkrachten achter deze methode staan.