Waar letten ouders op als ze een school zoeken?

Veel scholen hebben te maken met krimp en de concurrentie tussen scholen wordt steeds groter. Dit maakt dat veel scholen steeds meer oog krijgen voor de behoeften en de vraag van de ouders. Maar waar letten die ouders eigenlijk op als ze een basisschool zoeken? Basisschooldirecteur Menke Assen van den Oord deed hier onderzoek naar: voor Basisonderwijs.nu schreef zij een artikel met de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek.

De 5 belangrijkste onderwijsthema’s volgens Rotterdamse ouders

DOOR TESSA STEEHOUWER EN MARISSA GOEDHART

Ouders hebben de mogelijkheid om mee te praten over de inhoud en uitvoering van het onderwijs op de school van hun kind(eren) door middel van de medezeggenschapsraad. De inspraak op het stedelijk niveau daarentegen is niet wettelijk geregeld. Ouders hebben dus geen invloed op belangrijke, en soms verstrekkende zaken waar de gemeente en schoolbesturen over beslissen: denk aan aandacht voor taal en rekenen en de hoeveelheid parkeerplaatsen op school. Stichting Ouders010 is opgericht door en voor ouders in Rotterdam en zorgt ervoor dat de stem van ouders ook op stedelijk niveau wordt gehoord. Door middel van ouder010-tafels zet Stichting Ouders010 zich in om erachter te komen hoe ouders denken over het Rotterdamse onderwijsbeleid. Op deze manier kunnen zij de ouders op stedelijk niveau vertegenwoordigen.

Tijdens een ouder010-tafel komen ouders bij elkaar om te discussiëren over verschillende onderwerpen binnen het onderwijs. Welke thema’s houden de Rotterdamse ouders het meest bezig? Dit zijn de volgende 5 onderwerpen die tijdens een ouder010-tafel het meest worden besproken:

Educatief partnerschap

Ouders vinden het belangrijk dat zij met leerkrachten als partners samenwerken in het belang van de ontwikkeling van het kind. Zeker wanneer ouders de Nederlandse taal niet goed beheersen is het belangrijk dat leerkrachten hun best doen om ouders bij school te betrekken en goed met ouders communiceren. Op hun beurt moeten ouders zich wel actief inzetten om zo betrokken mogelijk te zijn. Partnerschap komt immers van twee kanten. Het is het belangrijkst om als ouders de schoolse ontwikkeling van het kind thuis te ondersteunen zodat school en thuis geen gescheiden werelden zijn.

De leerkracht

De goede Rotterdamse leerkracht moet toegankelijk zijn voor ouders en leerlingen, begaan zijn met de leerlingen, de gehele ontwikkeling van de leerlingen in de gaten houden, haar aanpak afstemmen op de leerlingen, oplossingsgericht werken, snel problemen kunnen signaleren en ouders als partner zien.

De medewerker ouderbetrokkenheid

Medewerkers ouderbetrokkenheid werken binnen een school aan de betrokkenheid en het onderwijsondersteunend gedrag van ouders. Als eerste aanspreekpunt als het gaat om ouderbetrokkenheid zijn ouders zeer tevreden over de medewerker ouderbetrokkenheid. Zij trekt de kar en betrekt ouders bij de school. Daarnaast kan zij bemiddelen in gesprekken tussen leerkrachten en ouders en kan zij namens ouders spreken bij vergaderingen met het personeel en de directie.

De directeur

Ouders zijn zeer tevreden met hun directeur als motor van de school die het belang van ouderbetrokkenheid inziet en ouderbetrokkenheid stimuleert. Ouders stellen het op prijs dat hun mening wordt gewaardeerd.

Chaos op bestuurlijk/organisatorisch niveau als gevolg van de bezuinigingen

Ouders vinden het jammer dat er maar weinig buitenschoolse activiteiten worden georganiseerd en vinden het vervelend dat er vaak veel verschillende leerkrachten voor de klas staan. Dit alles gaat volgens hen ten koste van de onderwijskwaliteit.

Komen de thema´s van de Rotterdamse ouders overeen met de thema´s die u als ouder het belangrijkst vindt? Reacties zijn altijd welkom en we zijn nieuwsgierig naar wat u drijft als het gaat om ouderbetrokkenheid en onderwijs.

Tessa Steehouwer en Marissa Goedhart zijn masterstudenten Onderwijswetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Zij organiseren voor Stichting Ouders010 oudertafels op Rotterdamse basisscholen. Ook mee discussiëren over het Rotterdamse onderwijs? Kijk op www.ouders010.nl.

Welk type kind past bij welk type school?

Ouders lijken hun keuze voor een school het vaakst te baseren op de nabijheid van een school (‘school om de hoek’ verdient de voorkeur), de geloofsovertuiging en eerdere positieve ervaringen (oudere broertjes/zusjes) met de school. Opvallend genoeg vinden ouders het belangrijk dat het type school past bij de persoonlijkheid van hun kind(eren), maar dit geeft bij de uiteindelijke keuze meestal niet de doorslag. Terwijl bij uitstek die goede match tussen school en kind ervoor kan zorgen dat een kind zich gelukkig voelt op school en (mede daardoor) goede cijfers kan halen. Om te kunnen bepalen welke kinderen op hun plek zijn op welke scholen is het nodig om de volgende vraag te beantwoorden: ‘Welk type basisschool (traditioneel, montessori-of daltonscholen?) past bij welk type kind?’.

Jennifer Vermaat, Anne van der Ark en Nicole van Tol van de Hogeschool Leiden hebben een verkennend onderzoek naar dit thema gedaan in opdracht van Basisonderwijs.nu. Lees hier meer over dit onderzoek en de resultaten.

Basisonderwijs.nu wil naar aanleiding van deze verkennende studie meer onderzoek gaan doen naar het thema ‘een passende school(type) voor elke leerling’. Daarvoor zijn we op zoek naar deskundigen die ons kunnen ondersteunen bij het opzetten, coördineren en/of beoordelen van dit onderzoek.

Basisonderwijs.nu in de Telegraaf

Basisonderwijs.nu en het Stappenplan voor schoolkeuze hebben een prominente rol gekregen in een artikel over het thema ‘kiezen van een basisschool’ in de weekendbijlage Kind & Gezin van de Telegraaf op zaterdag 20 december jl.! We hopen dat door deze publicatie (nog) meer ouders, onderwijsprofessionals en studenten hun weg weten te vinden naar deze website, en er daardoor meer aandacht komt voor het maken van een bewuste schoolkeuze.

Wat heeft een kind met autisme nodig in het basisonderwijs?

Nu de Wet Passend Onderwijs van kracht is, zullen meer zorgleerlingen dan voorheen hun plek moeten vinden in het reguliere basisonderwijs. Dus ook leerlingen met autisme. Wat heeft deze groep kinderen nodig om zo goed mogelijk te kunnen functioneren op een gewone basisschool? En waar moeten ouders van kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) op letten als ze een (reguliere) basisschool voor hun kind gaan kiezen?

We spraken hierover met professor Ina van Berckelaer-Onnes, emeritus hoogleraar orthopedagogiek en auteur en samensteller van het boek Autisme in school: een passend aanbod binnen Passend Onderwijs.

Hoe ziet een goede leeromgeving voor een autistisch kind eruit?

‘Een ordelijk en opgeruimd klaslokaal is belangrijk, zodat leerlingen niet teveel prikkels krijgen tijdens een schooldag. Visuele symbolen (zoals pictogrammen) kunnen een enorme houvast zijn, omdat de leerling dan meer overzicht krijgt en weet wat er van hem wordt verwacht. Voorbeelden hiervan zijn de pictogrammen die aangeven waar een kind moet gaan zitten, of welke activiteiten in welke volgorde er op een schooldag uitgevoerd gaan worden. Op veel scholen worden deze visuele hulpmiddelen in de kleutergroepen al gebruikt, maar leerlingen met ASS kunnen hier in de hogere klassen ook nog profijt van hebben’.

Wat zijn voor leerlingen met ASS lastige momenten op een schooldag?

‘Schakelingen tussen de ene en de andere activiteit roepen meestal veel weerstand op: leerlingen met ASS moeten hier goed op worden voorbereid. De vrije, minder gestructureerde momenten zijn veruit het zwaarste voor hen. Denk hierbij aan een spelletjesmiddag, of een ochtend waarop leerlingen vrij mogen kiezen uit werkjes. Het speelkwartier is door zijn chaos en onvoorspelbaarheid ook een moeilijk moment, omdat dan sociale interacties een belangrijke rol spelen. Kinderen met ASS hebben hier veel moeite mee, omdat ze het lastig vinden om contact te leggen met andere kinderen. En als ze dat wel kunnen, dan hebben ze de grootste moeite om hun gedrag af te stemmen op het gedrag van de andere kinderen.’

De vrije, ongestructureerde momenten op een schooldag zijn veruit het zwaarste voor kinderen met autisme

Hoe kan een leerkracht rekening houden met een leerling met autisme?

‘Communicatie is hier van cruciaal belang! Kleine aanpassingen in de manier waarop je deze leerlingen benadert of aanspreekt kunnen een groot positief effect hebben. We weten dat kinderen met autisme moeite hebben met overzicht houden, en dat ze zich snel verliezen in details. Het is dan de leerkracht die structuur moet scheppen, door niet teveel stof of instructie tegelijkertijd aan te bieden. Daarnaast hebben deze kinderen de neiging om alles letterlijk te nemen, dus is het nodig om concrete vragen te stellen en concrete opdrachten te geven. Wat voor een leerkracht (en voor een ouder!) ook verraderlijk kan zijn: kinderen met ASS hebben niet zelden een grote en volwassen woordenschat, wat echter niet wil zeggen dat ze al deze woorden ook echt begrijpen en in de juiste contexten kunnen gebruiken. De leerkracht moet dus niet alleen opletten of zijn boodschap duidelijk genoeg is, maar ook of deze goed aankomt.’

Kleine aanpassingen in de manier waarop je ASS-leerlingen benadert kunnen een groot positief effect hebben

Zijn er basisschooltypen die meer of minder geschikt zijn voor kinderen met ASS?

‘Niet een bepaald type basisschool, het is de communicatie tussen leerkracht/school en de leerling die bepaalt of een kind met autisme goed kan functioneren op een gewone school. Sommige onderwijsconcepten hebben echter kenmerken die in theorie moeilijkheden zouden kunnen opleveren. Montessorischolen bijvoorbeeld bieden veel structuur,wat positief is, maar ze geven daarnaast hun leerlingen al jong veel zelfstandigheid. Dit kan nog wel eens tot problemen leiden, omdat veel kinderen met ASS moeite hebben om hun eigen leerproces te regisseren. Vrije scholen bieden veel klassikale lessen en ook veel structuur, maar ze stimuleren hun leerlingen daarnaast om zoveel mogelijk hun fantasie te gebruiken bij het leren. Dit is een vaardigheid die de meeste kinderen met ASS van nature minder goed beheersen. Daarnaast houden leerlingen op deze scholen hun gehele basisschoolperiode dezelfde leerkracht, wat een probleem wordt als het niet klikt tussen kind en leerkracht. Op democratische scholen krijgen leerlingen heel veel keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid, maar de kans is groot dat ASS-kinderen hierdoor het overzicht kwijtraken en onrustig worden. Tot welk schooltype een school ook behoort, het belangrijkste is dat de school in zijn totaliteit bereid is deze kinderen op te nemen en de juiste begeleiding te geven’.

Hoe kunnen we een kind met ASS helpen om zijn weg te vinden op een gewone basisschool?

  • De hele school, het gehele team moet zich inzetten om zo autismevriendelijk mogelijk te worden. Niet alleen de directeur, maar ook bijvoorbeeld de conciërge.
  • Veel leerkrachten en reguliere scholen willen zich graag inzetten om beter aan te sluiten bij autisme (op school), maar zij hebben vaak nog niet voldoende expertise. Zij moeten de kans krijgen zich op dit gebied bij te scholen.
  • Ouders moeten in overleg blijven met school en leerkracht over hun kind.
  • Door hun sociale onhandigheid zijn leerlingen met ASS kwetsbaar en kunnen ze gemakkelijk mikpunt van pesten worden. Hier moeten leerkrachten en ouders op bedacht zijn, en -voor zover dit mogelijk is-maatregelen nemen om dit te voorkomen.
  • Leerlingen met autisme hebben een persoonlijke mentor nodig op school bij wie ze met hun problemen terecht kunnen. Op de basisschool is de leerkracht hiervoor de aangewezen persoon.

‘Autisme in school’  is in december 2012 voor het eerst verschenen bij Boom test uitgevers, momenteel is de tweede druk op de markt.

 

Do’s & don’ts bij het kiezen van een basisschool

Do’s:

  • Formuleer als ouder eerst wat jij belangrijk vindt als het gaat om onderwijs. Daarvoor moet je vragen beantwoorden als: met welk doel wil ik mijn kind basisonderwijs laten volgen? En hoe ziet een goede leeromgeving voor mijn kind eruit? Gebruik hiervoor het Stappenplan dat gratis te downloaden is op deze website.
  • Consulteer ouders van kinderen die al op de school zitten: zij kunnen je veel vertellen over de sfeer en de wijze waarop school communiceert met ouders. Uiteraard moet je er hierbij wel rekening mee houden dat ouders verschillende wensen en criteria kunnen hebben als het gaat om de ‘juiste basisschool’.
  • Scholen kunnen verschillende onderwijsconcepten hanteren: het is aan te raden meer informatie over de verschillen en overeenkomsten tussen deze schooltypen te zoeken. Hiervoor kun je de Keuzegids Basisonderwijs raadplegen.

Don’ts

  • Ga niet alleen af op de voorlichting van de directeur of de informatie in schoolgids en website: met deze bronnen krijg je veel informatie over de (vaak) mooie visie van de school, maar je komt veel minder te weten over de wijze waarop deze visie is vertaald naar de dagelijkse onderwijspraktijk. Daarvoor zul je ook te rade moeten gaan bij bijvoorbeeld leerkrachten, of ouders van kinderen die de school al bezoeken.
  • Bezoek scholen niet tijdens pauzes: je krijgt dan geen representatief beeld van de school, omdat het er dan op alle scholen veel chaotischer aan toe gaat dan tijdens lestijd.
  • Ga er niet van uit dat 1 bepaalde school geschikt is voor al je kinderen: je zult per kind moeten bekijken welke school het beste matcht met zijn persoonlijkheid en leerstijl.

101 vragen aan de juf: handige gids voor ouders

‘Wanneer je kind voor het eerst naar de basisschool gaat, gaat er een nieuwe wereld voor hem open. Maar ook voor zijn ouders!’. Dit schrijft Nathalie van Thiel in de inleiding van haar recent gepubliceerde boek  101 vragen aan de juf, dat allerlei praktische tips en adviezen bevat voor ouders met kinderen op de basisschool. Nathalie van Thiel heeft ruim 15 jaar voor de klas gestaan op diverse basisscholen en is al jaren schoolcoach van het tijdschrift J/M ,waar zij vragen beantwoordt van ouders. Voorbeelden van vragen van ouders die in het boek worden behandeld zijn: ‘Wat moet mijn kind kunnen voordat hij naar groep 1 gaat?’ ‘Wordt mijn kind misschien gepest?’ ‘Hoe kan ik als ouder helpen met huiswerk?’ De vragen en cases van de ouders gaan meestal over zeer specifieke situaties, maar de uitleg en tips van Van Thiel die als antwoord op een vraag worden gegeven zijn meestal relevant voor alle ouders met kinderen op de basisschool.

 

De 3 factoren die het kiezen van een basisschool moeilijk maken

  • Het gebrek aan objectieve informatie over een basisschool: directeuren en leerkrachten schetsen op de websites, in de schoolgidsen of tijdens de open dagen een mooi beeld van de school (met een veelbelovende visie), maar hoe kun je als ouders er nu achter komen hoe het er in de dagelijkse praktijk aan toe gaat op de school?Met de informatie op deze website willen wij je de handvatten en kennis geven om het schoolkeuzeproces voor jou als ouder makkelijker te maken. Zo vind je hier een gratis Stappenplan waarin staat beschreven welke vragen je jezelf als ouder moet stellen bij het kiezen van een school, en op welke punten je moet letten als je basisscholen gaat bezoeken. Onder Schooltypes (en in uitgebreidere vorm in de Keuzegids Basisonderwijs) tref je informatie aan over de verschillende soorten basisscholen die in Nederland bestaan. Daarnaast is er op deze website plaats voor actueel nieuws over het basisonderwijs.
  • Incompleet beeld van het eigen kind: sommige ouders moeten zich al inschrijven op wachtlijsten voor scholen als hun kind nog niet eens 1 jaar oud is. Ook zonder wachtlijsten zul je als ouder toch op tijd (wanneer je kind 3 jaar is) moeten beginnen met oriënteren om een bewuste keuze te kunnen maken. Veel ouders ervaren dat zij dan nog onvoldoende kennis hebben van de specifieke talenten, de eigenschappen en het niveau van hun kind om te kunnen bepalen welk type school bij hem/haar past.
  • De zwaarte van de beslissing (‘Je wilt je kind toch een goede basis geven voor de rest van zijn/haar leven’)

Welk type basisschool past bij welk type kind?

 

Zoals we in de Keuzegids Basisonderwijs kunnen zien zijn er in Nederland vele typen basisscholen, die van elkaar kunnen verschillen op punten als:

  • Hoe gaan leerkracht en leerling met elkaar om? Hoe zou de relatie tussen die twee eruit moeten zien? (hiërarchisch of meer gelijkwaardig?)
  • Wat zijn de doelen van de basisscholen, welke vaardigheden en kennis willen ze de leerlingen bijbrengen?

Als ouder zul je je vast weleens afvragen welk type school het beste past bij jouw specifieke kind. We gaan hierbij uit van het -voor de hand liggende- idee dat niet elk type basisschool voor elk type kind geschikt kan zijn. De website J/M voor ouders heeft een beschrijving gemaakt van welke typen kinderen het beste matchen met welke typen scholen, op basis van een indeling die is ontwikkeld door pedagoog John Logister. Deze indeling komt overeen met die van leerkracht Annemiek Groot, eveneens gepubliceerd op J/M voor ouders. Dit model lijkt echter niet wetenschappelijk te zijn getoetst, en is speciaal ontwikkeld om  in te zetten bij het kiezen van een school in het voortgezet onderwijs. Basisonderwijs.nu wil graag een soortgelijk model maken dat kan worden gebruikt bij het kiezen van een basisschool, en dat wetenschappelijk kan worden verantwoord. Basisonderwijs.nu voert daarom samen met studenten Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden onderzoek uit naar de vraag ‘Welke typen basisscholen in Nederland zijn geschikt voor welke typen kinderen?’, waarbij we uitgaan van diverse soorten persoonlijkheden die kinderen kunnen hebben (op basis van het Big Five-model). De resultaten van dit onderzoek zullen we presenteren in een serie artikelen die op deze website zullen worden gepubliceerd. Later dus meer!

Hoe kunnen basisscholen (mede) voorkomen dat je kind een slechte lezer wordt?

Als ouder vind je het waarschijnlijk belangrijk dat je kinderen goed leren lezen en spellen op school. Terecht, onderzoek van Stichting Lezen en Schrijven wijst uit dat kinderen deze vaardigheden onder de knie moeten krijgen om zich later optimaal te kunnen ontwikkelen en goed te kunnen (blijven) functioneren in hun baan of opleiding.

Veel Nederlanders kunnen niet goed lezen en schrijven

Leren lezen vormt op de meeste Nederlandse basisscholen dan ook een belangrijk onderdeel van het lesprogramma, waar veel tijd aan wordt besteed. Toch zijn er in Nederland nog altijd 1,3 miljoen mensen (in de leeftijdsgroep van 16-67 jaar) die (veel) moeite hebben met lezen en schrijven (de laaggeletterden). Hoe vroeger leesproblemen van leerlingen worden gezien en aangepakt, hoe kleiner de kans wordt dat zij (te) grote achterstanden in lezen gaan ontwikkelen.

Basisscholen kunnen veel problemen voorkomen

De basisschool is voor de meeste kinderen nog altijd de uitgelezen plek om te beginnen met lezen en schrijven. Basisscholen hebben dan ook een sleutelfunctie in de strijd tegen laaggeletterdheid. Maar hoe kunnen zij tijdig de leerlingen herkennen die een risico lopen op laaggeletterdheid en hoe kunnen zij hen verder helpen? Als ouders kun je basisscholen hier ook kritisch op bevragen tijdens een bezoek aan een school: welke lees-en spellingsmethodes gebruiken zij precies? Hoe volgen zij de prestaties van leerlingen op deze gebieden? Wat doen leerkrachten precies met de resultaten van toetsen en oefeningen van hun leerlingen? Hoe begeleiden zij kinderen die meer moeite hebben met lezen en spellen?

Basisscholen hebben een sleutelfunctie in de strijd tegen laaggeletterdheid

Stichting Leeruniek heeft een nieuwe aanpak tegen laaggeletterdheid ontwikkeld die basisscholen én ouders wellicht kan inspireren. Lees in het kader hieronder meer over hun methode:

De Literacy Analytics & Solutions-methode van Stichting Leeruniek

 Slimme analyse van spellingsprestaties: het wapen tegen laaggeletterdheid?

Stichting Leeruniek ziet in de opkomst van het tabletonderwijs in Nederland een kans om laaggeletterdheid aan te pakken, al op de basisschool. Als leerlingen hun spellingsoefeningen op een tablet maken, dan kunnen hun vorderingen op dit gebied makkelijk digitaal worden vastgelegd. Dit maakt het voor leerkrachten en onderzoekers mogelijk om de prestaties van hun leerlingen voortdurend te volgen en te analyseren. Stichting Leeruniek heeft hier een eigen methode (Literacy Analytics & Solutions) voor ontwikkeld waarbij de resultaten van een individuele leerling kunnen worden vergeleken met de resultaten van andere leerlingen in dezelfde leeftijdsgroep. Niet alleen kunnen eventuele achterstanden in spelling hiermee vroeg worden opgespoord, maar ook kan zo worden vastgesteld waar het probleem precies zit en wat de oorzaak hiervan is.Slimme analyse van spellingsprestaties: het wapen tegen laaggeletterdheid?

Zo kunnen kinderen die thuis een andere taal spreken moeite hebben met specifieke spellingsregels in het Nederlands, bijvoorbeeld omdat de klinkers in het Nederlands net iets anders zijn dan de klinkers in hun ‘thuistaal’. Leeruniek voert momenteel experimenten uit op diverse basisscholen in Nederland om te testen hoe de Literacy Analytics & Solutions-methode precies kan worden toegepast in het onderwijs en welke effecten deze methode heeft op de spellingsvaardigheid van leerlingen. Ook basisscholen die (nog) geen tabletonderwijs aanbieden doen mee: op deze scholen worden alleen de resultaten van de standaardtoetsen binnen een leerlingvolgssysteem (zoals dat van CITO) geanalyseerd. Leeruniek won dit jaar diverse prijzen waaronder de Nederlandse innovatiewedstrijd van de Singularity University van NASA en Google, en een summerschool op Harvard over learning analytics. Als founding-partner van het nieuwe onderwijsinnovatieplatform Smart Education Hubs, geeft Leeruniek diverse trainingen aan scholen en ouders over Literacy Analytics.