Welk type kind past bij welk type school?

Ouders lijken hun keuze voor een school het vaakst te baseren op de nabijheid van een school (‘school om de hoek’ verdient de voorkeur), de geloofsovertuiging en eerdere positieve ervaringen (oudere broertjes/zusjes) met de school. Opvallend genoeg vinden ouders het belangrijk dat het type school past bij de persoonlijkheid van hun kind(eren), maar dit geeft bij de uiteindelijke keuze meestal niet de doorslag. Terwijl bij uitstek die goede match tussen school en kind ervoor kan zorgen dat een kind zich gelukkig voelt op school en (mede daardoor) goede cijfers kan halen. Om te kunnen bepalen welke kinderen op hun plek zijn op welke scholen is het nodig om de volgende vraag te beantwoorden: ‘Welk type basisschool (traditioneel, montessori-of daltonscholen?) past bij welk type kind?’.

Jennifer Vermaat, Anne van der Ark en Nicole van Tol van de Hogeschool Leiden hebben een verkennend onderzoek naar dit thema gedaan in opdracht van Basisonderwijs.nu. Lees hier meer over dit onderzoek en de resultaten.

Basisonderwijs.nu wil naar aanleiding van deze verkennende studie meer onderzoek gaan doen naar het thema ‘een passende school(type) voor elke leerling’. Daarvoor zijn we op zoek naar deskundigen die ons kunnen ondersteunen bij het opzetten, coördineren en/of beoordelen van dit onderzoek.

Wat heeft een kind met autisme nodig in het basisonderwijs?

Nu de Wet Passend Onderwijs van kracht is, zullen meer zorgleerlingen dan voorheen hun plek moeten vinden in het reguliere basisonderwijs. Dus ook leerlingen met autisme. Wat heeft deze groep kinderen nodig om zo goed mogelijk te kunnen functioneren op een gewone basisschool? En waar moeten ouders van kinderen met een autismespectrumstoornis (ASS) op letten als ze een (reguliere) basisschool voor hun kind gaan kiezen?

We spraken hierover met professor Ina van Berckelaer-Onnes, emeritus hoogleraar orthopedagogiek en auteur en samensteller van het boek Autisme in school: een passend aanbod binnen Passend Onderwijs.

Hoe ziet een goede leeromgeving voor een autistisch kind eruit?

‘Een ordelijk en opgeruimd klaslokaal is belangrijk, zodat leerlingen niet teveel prikkels krijgen tijdens een schooldag. Visuele symbolen (zoals pictogrammen) kunnen een enorme houvast zijn, omdat de leerling dan meer overzicht krijgt en weet wat er van hem wordt verwacht. Voorbeelden hiervan zijn de pictogrammen die aangeven waar een kind moet gaan zitten, of welke activiteiten in welke volgorde er op een schooldag uitgevoerd gaan worden. Op veel scholen worden deze visuele hulpmiddelen in de kleutergroepen al gebruikt, maar leerlingen met ASS kunnen hier in de hogere klassen ook nog profijt van hebben’.

Wat zijn voor leerlingen met ASS lastige momenten op een schooldag?

‘Schakelingen tussen de ene en de andere activiteit roepen meestal veel weerstand op: leerlingen met ASS moeten hier goed op worden voorbereid. De vrije, minder gestructureerde momenten zijn veruit het zwaarste voor hen. Denk hierbij aan een spelletjesmiddag, of een ochtend waarop leerlingen vrij mogen kiezen uit werkjes. Het speelkwartier is door zijn chaos en onvoorspelbaarheid ook een moeilijk moment, omdat dan sociale interacties een belangrijke rol spelen. Kinderen met ASS hebben hier veel moeite mee, omdat ze het lastig vinden om contact te leggen met andere kinderen. En als ze dat wel kunnen, dan hebben ze de grootste moeite om hun gedrag af te stemmen op het gedrag van de andere kinderen.’

De vrije, ongestructureerde momenten op een schooldag zijn veruit het zwaarste voor kinderen met autisme

Hoe kan een leerkracht rekening houden met een leerling met autisme?

‘Communicatie is hier van cruciaal belang! Kleine aanpassingen in de manier waarop je deze leerlingen benadert of aanspreekt kunnen een groot positief effect hebben. We weten dat kinderen met autisme moeite hebben met overzicht houden, en dat ze zich snel verliezen in details. Het is dan de leerkracht die structuur moet scheppen, door niet teveel stof of instructie tegelijkertijd aan te bieden. Daarnaast hebben deze kinderen de neiging om alles letterlijk te nemen, dus is het nodig om concrete vragen te stellen en concrete opdrachten te geven. Wat voor een leerkracht (en voor een ouder!) ook verraderlijk kan zijn: kinderen met ASS hebben niet zelden een grote en volwassen woordenschat, wat echter niet wil zeggen dat ze al deze woorden ook echt begrijpen en in de juiste contexten kunnen gebruiken. De leerkracht moet dus niet alleen opletten of zijn boodschap duidelijk genoeg is, maar ook of deze goed aankomt.’

Kleine aanpassingen in de manier waarop je ASS-leerlingen benadert kunnen een groot positief effect hebben

Zijn er basisschooltypen die meer of minder geschikt zijn voor kinderen met ASS?

‘Niet een bepaald type basisschool, het is de communicatie tussen leerkracht/school en de leerling die bepaalt of een kind met autisme goed kan functioneren op een gewone school. Sommige onderwijsconcepten hebben echter kenmerken die in theorie moeilijkheden zouden kunnen opleveren. Montessorischolen bijvoorbeeld bieden veel structuur,wat positief is, maar ze geven daarnaast hun leerlingen al jong veel zelfstandigheid. Dit kan nog wel eens tot problemen leiden, omdat veel kinderen met ASS moeite hebben om hun eigen leerproces te regisseren. Vrije scholen bieden veel klassikale lessen en ook veel structuur, maar ze stimuleren hun leerlingen daarnaast om zoveel mogelijk hun fantasie te gebruiken bij het leren. Dit is een vaardigheid die de meeste kinderen met ASS van nature minder goed beheersen. Daarnaast houden leerlingen op deze scholen hun gehele basisschoolperiode dezelfde leerkracht, wat een probleem wordt als het niet klikt tussen kind en leerkracht. Op democratische scholen krijgen leerlingen heel veel keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid, maar de kans is groot dat ASS-kinderen hierdoor het overzicht kwijtraken en onrustig worden. Tot welk schooltype een school ook behoort, het belangrijkste is dat de school in zijn totaliteit bereid is deze kinderen op te nemen en de juiste begeleiding te geven’.

Hoe kunnen we een kind met ASS helpen om zijn weg te vinden op een gewone basisschool?

  • De hele school, het gehele team moet zich inzetten om zo autismevriendelijk mogelijk te worden. Niet alleen de directeur, maar ook bijvoorbeeld de conciërge.
  • Veel leerkrachten en reguliere scholen willen zich graag inzetten om beter aan te sluiten bij autisme (op school), maar zij hebben vaak nog niet voldoende expertise. Zij moeten de kans krijgen zich op dit gebied bij te scholen.
  • Ouders moeten in overleg blijven met school en leerkracht over hun kind.
  • Door hun sociale onhandigheid zijn leerlingen met ASS kwetsbaar en kunnen ze gemakkelijk mikpunt van pesten worden. Hier moeten leerkrachten en ouders op bedacht zijn, en -voor zover dit mogelijk is-maatregelen nemen om dit te voorkomen.
  • Leerlingen met autisme hebben een persoonlijke mentor nodig op school bij wie ze met hun problemen terecht kunnen. Op de basisschool is de leerkracht hiervoor de aangewezen persoon.

‘Autisme in school’  is in december 2012 voor het eerst verschenen bij Boom test uitgevers, momenteel is de tweede druk op de markt.

 

Do’s & don’ts bij het kiezen van een basisschool

Do’s:

  • Formuleer als ouder eerst wat jij belangrijk vindt als het gaat om onderwijs. Daarvoor moet je vragen beantwoorden als: met welk doel wil ik mijn kind basisonderwijs laten volgen? En hoe ziet een goede leeromgeving voor mijn kind eruit? Gebruik hiervoor het Stappenplan dat gratis te downloaden is op deze website.
  • Consulteer ouders van kinderen die al op de school zitten: zij kunnen je veel vertellen over de sfeer en de wijze waarop school communiceert met ouders. Uiteraard moet je er hierbij wel rekening mee houden dat ouders verschillende wensen en criteria kunnen hebben als het gaat om de ‘juiste basisschool’.
  • Scholen kunnen verschillende onderwijsconcepten hanteren: het is aan te raden meer informatie over de verschillen en overeenkomsten tussen deze schooltypen te zoeken. Hiervoor kun je de Keuzegids Basisonderwijs raadplegen.

Don’ts

  • Ga niet alleen af op de voorlichting van de directeur of de informatie in schoolgids en website: met deze bronnen krijg je veel informatie over de (vaak) mooie visie van de school, maar je komt veel minder te weten over de wijze waarop deze visie is vertaald naar de dagelijkse onderwijspraktijk. Daarvoor zul je ook te rade moeten gaan bij bijvoorbeeld leerkrachten, of ouders van kinderen die de school al bezoeken.
  • Bezoek scholen niet tijdens pauzes: je krijgt dan geen representatief beeld van de school, omdat het er dan op alle scholen veel chaotischer aan toe gaat dan tijdens lestijd.
  • Ga er niet van uit dat 1 bepaalde school geschikt is voor al je kinderen: je zult per kind moeten bekijken welke school het beste matcht met zijn persoonlijkheid en leerstijl.

101 vragen aan de juf: handige gids voor ouders

‘Wanneer je kind voor het eerst naar de basisschool gaat, gaat er een nieuwe wereld voor hem open. Maar ook voor zijn ouders!’. Dit schrijft Nathalie van Thiel in de inleiding van haar recent gepubliceerde boek  101 vragen aan de juf, dat allerlei praktische tips en adviezen bevat voor ouders met kinderen op de basisschool. Nathalie van Thiel heeft ruim 15 jaar voor de klas gestaan op diverse basisscholen en is al jaren schoolcoach van het tijdschrift J/M ,waar zij vragen beantwoordt van ouders. Voorbeelden van vragen van ouders die in het boek worden behandeld zijn: ‘Wat moet mijn kind kunnen voordat hij naar groep 1 gaat?’ ‘Wordt mijn kind misschien gepest?’ ‘Hoe kan ik als ouder helpen met huiswerk?’ De vragen en cases van de ouders gaan meestal over zeer specifieke situaties, maar de uitleg en tips van Van Thiel die als antwoord op een vraag worden gegeven zijn meestal relevant voor alle ouders met kinderen op de basisschool.

 

De 3 factoren die het kiezen van een basisschool moeilijk maken

  • Het gebrek aan objectieve informatie over een basisschool: directeuren en leerkrachten schetsen op de websites, in de schoolgidsen of tijdens de open dagen een mooi beeld van de school (met een veelbelovende visie), maar hoe kun je als ouders er nu achter komen hoe het er in de dagelijkse praktijk aan toe gaat op de school?Met de informatie op deze website willen wij je de handvatten en kennis geven om het schoolkeuzeproces voor jou als ouder makkelijker te maken. Zo vind je hier een gratis Stappenplan waarin staat beschreven welke vragen je jezelf als ouder moet stellen bij het kiezen van een school, en op welke punten je moet letten als je basisscholen gaat bezoeken. Onder Schooltypes (en in uitgebreidere vorm in de Keuzegids Basisonderwijs) tref je informatie aan over de verschillende soorten basisscholen die in Nederland bestaan. Daarnaast is er op deze website plaats voor actueel nieuws over het basisonderwijs.
  • Incompleet beeld van het eigen kind: sommige ouders moeten zich al inschrijven op wachtlijsten voor scholen als hun kind nog niet eens 1 jaar oud is. Ook zonder wachtlijsten zul je als ouder toch op tijd (wanneer je kind 3 jaar is) moeten beginnen met oriënteren om een bewuste keuze te kunnen maken. Veel ouders ervaren dat zij dan nog onvoldoende kennis hebben van de specifieke talenten, de eigenschappen en het niveau van hun kind om te kunnen bepalen welk type school bij hem/haar past.
  • De zwaarte van de beslissing (‘Je wilt je kind toch een goede basis geven voor de rest van zijn/haar leven’)

Welk type basisschool past bij welk type kind?

 

Zoals we in de Keuzegids Basisonderwijs kunnen zien zijn er in Nederland vele typen basisscholen, die van elkaar kunnen verschillen op punten als:

  • Hoe gaan leerkracht en leerling met elkaar om? Hoe zou de relatie tussen die twee eruit moeten zien? (hiërarchisch of meer gelijkwaardig?)
  • Wat zijn de doelen van de basisscholen, welke vaardigheden en kennis willen ze de leerlingen bijbrengen?

Als ouder zul je je vast weleens afvragen welk type school het beste past bij jouw specifieke kind. We gaan hierbij uit van het -voor de hand liggende- idee dat niet elk type basisschool voor elk type kind geschikt kan zijn. De website J/M voor ouders heeft een beschrijving gemaakt van welke typen kinderen het beste matchen met welke typen scholen, op basis van een indeling die is ontwikkeld door pedagoog John Logister. Deze indeling komt overeen met die van leerkracht Annemiek Groot, eveneens gepubliceerd op J/M voor ouders. Dit model lijkt echter niet wetenschappelijk te zijn getoetst, en is speciaal ontwikkeld om  in te zetten bij het kiezen van een school in het voortgezet onderwijs. Basisonderwijs.nu wil graag een soortgelijk model maken dat kan worden gebruikt bij het kiezen van een basisschool, en dat wetenschappelijk kan worden verantwoord. Basisonderwijs.nu voert daarom samen met studenten Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden onderzoek uit naar de vraag ‘Welke typen basisscholen in Nederland zijn geschikt voor welke typen kinderen?’, waarbij we uitgaan van diverse soorten persoonlijkheden die kinderen kunnen hebben (op basis van het Big Five-model). De resultaten van dit onderzoek zullen we presenteren in een serie artikelen die op deze website zullen worden gepubliceerd. Later dus meer!

Persoonlijk schoolkeuzeadvies

 Voor 99 euro geef ik je een persoonlijk schoolkeuzeadvies, dat bestaat uit de volgende diensten en produkten:

  • Kennismakingsgesprek thuis of telefonisch (Skype ook mogelijk) waarin we bespreken welke wensen en vragen je als ouder hebt bij de schoolkeuze
  • Analyse van websites, schoolgidsen en inspectierapporten van basisscholen die je op het oog hebt
  • Ontwikkelen van persoonlijke vragenlijsten met vragen die je kunt stellen tijdens een kennismakingsgesprek met scholen
  • Ontwikkelen van persoonlijke checklist die je kunt gebruiken om scholen te beoordelen tijdens een bezoek
  • Een rapport waarin de uitkomsten van de analyses (van website, schoolgids en inspectierapporten) en de schoolbezoeken worden opgenomen, en worden afgezet tegen jouw wensen als ouder en de individuele behoeften van jouw kind. Op basis hiervan wordt een eindadvies geformuleerd.
Bovenstaand aanbod gaat uit van de vergelijking van maximaal 2 potentieel geschikte basisscholen. Voor 150 euro kunnen 3 scholen worden vergeleken, en voor 200 euro 4 scholen. Basisonderwijs.nu vraagt tevens een vergoeding voor eventuele reiskosten (boven de 5 euro) die moeten worden gemaakt (bijvoorbeeld voor het kennismakingsgesprek). Prijs is exclusief 21% BTW.

Basisscholen en antipestmethodes: de stand van zaken

Welke antipestmethodes zijn bewezen effectief (volgens de overheid)?

Er zijn zeer veel verschillende antipestmethodes beschikbaar die door Nederlandse basisscholen kunnen worden ingezet. De meest toegepaste methodes zijn door een commissie van het Nederlands Jeugd Instituut geanalyseerd op hun effectiviteit, in opdracht van het ministerie van OCW. Criteria die zijn gehanteerd om de methoden met elkaar te vergelijken zijn ondere andere: In hoeverre zijn de methodes gebaseerd op wetenschappelijke theorieën die op de juiste wijze zijn getoetst? In hoeverre zijn de methoden zelf getest in de onderwijspraktijk? Is beschreven wie de methode moet uitvoeren, en op welke wijze dat het beste kan worden gedaan? Op basis van de analyse concludeert het NJI dat er nu nog geen enkele antipestmethode is die aan alle criteria voldoet. Er zijn wel 9 methodes die voorlopig zijn goedgekeurd: deze methodes voldoen aan een groot aantal voorwaarden, maar zullen nog verder empirisch en/of wetenschappelijk moeten worden onderbouwd om voor volledige goedkeuring in aanmerking te komen. Het gaat hier om methodes als KiVa, Alles Kidzz, Kanjertraining, Plezier op School, PRIMA, Programma Alternatieve Denkstrategieën, Sta Sterk, Taakspel, en Vreedzame School. Er zijn maar liefst 48 pestprogramma’s die door de commissie zijn afgewezen, omdat zij aan te weinig criteria voldoen, zie het rapport.

Kritiek op het onderzoek naar het effect van antipestprogramma’s

Deskundigen zijn het er echter niet over eens of het onderzoek van het NJI geheel onafhankelijk is, aangezien enkele van de deskundigen uit de onderzoekscommissie volgens hen (te) nauw betrokken zijn bij onderzoek naar een specifieke methode. Met name vanuit de hoek van het christelijke onderwijs is er stevige kritiek op het NJI-rapport, vooral als het gaat om de positieve beoordeling die de KiVa, Kanjertraining en PRIMA methodes krijgen toebedeeld. Volgens hen volgen deze niet vanzelfsprekend uit de uitkomsten van het onderzoek, maar zijn zij een voorbeeld van de slager die zijn eigen vlees keurt: een methode als KiVA is bijvoorbeeld alleen in Finland uitvoerig getest en heeft ‘slechts’ geleid tot een afname in het pesten van 30-40%. De PRIMA-methode is wel op Nederlandse scholen getoetst en zorgde ervoor dat het pesten met 60% verminderde, maar binnen een school die een Staatssecretaris Dekker zal in 2015 met zijn plan van aanpak tegen pesten scholen gaan verplichten te kiezen voor één van de methodes die door het NJI als bewezen effectief zijn aangemerkt. Critici geven aan dat een beproefde antipestmethode alleen echter nooit de oplossing voor het pesten kan zijn: betrokkenheid van ouders en leerkrachten is daarvoor noodzakelijk. Het is daarom als ouder aan te raden niet alleen bij een basisschool te informeren welke antipestmethode wordt gebruikt, maar ook onderzoek te doen naar hoe die methode wordt uitgevoerd en in hoeverre leerkrachten achter deze methode staan.